Taalhulp Tips


Hieronder staan een aantal handige tips en wetenswaardigheden.
Ze gaan over helpen bij lezen, over computergebruik en andere dingen.
Wil je iets speciaals weten?
Neem dan contact op met Stichting Taalhulp, via e-mail.



1. De Cito en de NIO bij leerlingen met dyslexie.

Voor dyslectische leerlingen zijn een aantal aanpassingen mogelijk bij toetsen, dus ook bij de Cito Entreetoetsen en de Cito Eindtoets. Lees verder >>>


2. Effectieve leeshulp thuis I

Leest u al geruime tijd elke dag samen met uw kind? En levert dat tot nu toe onvoldoende resultaat op? Dan kunnen de volgende tips wellicht helpen.
  • Het allerbelangrijkste is dat uw kind plezier beleeft aan het lezen. Kies samen teksten uit die hij of zij leuk of interessant vindt. Dat kunnen de gebruikelijke leesboekjes zijn, maar ook informatieve boeken of tijdschriften, strips, moppen enz. Het precieze AVI-niveau is daarbij minder belangrijk dan de inhoud. De meeste kinderen kunnen zelf uitstekend inschatten of ze een tekst wel of niet kunnen lezen.

3. Effectieve leeshulp thuis II

Als u onderstaande techniek gebruikt, dan mogen de teksten best moeilijker (uitdagender) zijn dan het gebruikelijke oefenniveau van uw kind.
  1. Lees de tekst (of de bladzijde, of de alinea) eerst voor, terwijl uw kind stil meeleest. Laat het kind door bijwijzen uw leestempo bepalen.
  2. Praat vervolgens over de inhoud van het stuk dat u hebt voorgelezen.
  3. Lees het stuk tekst dat u zojuist hebt voorgelezen, nu samen tegelijk hardop. Bij de moeilijke stukjes kunt u uw kind als het ware ‘meetrekken’, bij de makkelijke stukjes laat u zich meer ‘meetrekken’ door uw kind.
  4. Laat uw kind nu hetzelfde stuk zelf hardop lezen. Zijn er woorden waar hij of zij niet uit komt, dan kunt u het woord rustig voorzeggen. Kleine foutjes kunt u gerust door de vingers zien.

4. Effectieve leeshulp thuis III
  • Geef vooral heel veel complimentjes!
  • Doe dit zo specifiek mogelijk, probeer te verwoorden wát het kind dan zo goed deed. Bijvoorbeeld: 'Goed dat je dat moeilijke woord eerst spelde'; 'Goed dat je de zin nog even opnieuw las toen je merkte dat het niet klopte wat je las'; 'Wow, die laatste twee zinnen waren helemaal foutloos!'
  • Maak géén negatieve opmerkingen, zelfs niet als u de bedoeling heeft uw kind ermee te helpen. Zeg niet: 'Kijk nog eens goed' of 'Lees dat woord nou nog eens'. Besteed alleen aandacht aan wat goed ging, niet aan wat mis ging.
  • Besteed thuis liever geen aandacht aan het tempo. Houd vooral niet de tijd bij met een stopwatch of zoiets. Dat werkt meestal averechts.
  • Lukt het een keer echt niet, houd er dan voor die dag mee op en probeer het de volgende dag weer, eventueel met een andere tekst.
  • Moedig uw kind aan om veel te lezen, ook buiten het oefenen om. Dat hoeft niet persé hardop. Veel dyslectische kinderen vinden het prettig om ‘stil’ voor zichzelf te lezen, waarbij ze de woorden zachtjes meeprevelen. Dwing uw kind nooit om tegen zijn of haar zin te lezen.
  • Blijf daarnaast uw kind, ongeacht de leeftijd, ook voorlezen. Voorlezen heeft een positief effect op o.a. de taalontwikkeling en de leesvaardigheid van uw kind.

5. RALFI en Connect

Informeer regelmatig wat de school doet om het lezen te verbeteren. Een effectieve methode die op school in groepjes kan worden toegepast, is RALFI. RALFI is geschikt voor oudere leerlingen met een laag leesniveau. Voor jongere leerlingen is er Connect.


6. Protocollen voor kinderen met leesproblemen en dyslexie

Als ouder van een kind of jongere met lees- en spellingproblemen of dyslexie kunt u gerust bij de school informeren wat er wordt gedaan om uw kind te helpen.
Belangrijk is, dat de school gebruik maakt van de Protocollen Leesproblemen en Dyslexie en dat niet alleen de IB-er (Intern Begeleider) maar ook de eigen leerkracht van uw kind goed op de hoogte is van de inhoud van het protocol. Er is een protocol voor groep 1-4 en één voor groep 5-8. Er zijn ook protocollen voor het Speciaal Onderwijs, voor het Voortgezet Onderwijs en voor het Hoger Onderwijs.
In deze protocollen staat veel goede informatie over dyslexie. Ook wordt er beschreven hoe en wanneer dyslexie op school gesignaleerd kan worden en hoe de school de leerling het beste kan helpen. Op elke school is het voor die school relevante protocol aanwezig. De overheid wil stimuleren dat de protocollen op elke school worden ingevoerd en gebruikt, maar helaas is dat nog niet altijd het geval.
U zou kunnen besluiten om het protocol dat relevant is voor de school van uw kind, zelf aan te schaffen en kennis te nemen van de inhoud. Op die manier kunt u goede ideeën opdoen en bovendien op school een vinger aan de pols houden. De precieze titels en bestel-adressen vindt u in de literatuurlijst.


7. Variatie op het tutorlezen op school

Juist voor kinderen die zelf moeite hebben met lezen, is het heel motiverend om ook eens een ander kind te kunnen helpen. Bij het tutorlezen op school zijn het meestal de zwakke lezers die geholpen worden door een tutor uit een hogere groep. Het is een leuke en nuttige variant om de zwakke lezer zelf ook tutor laten zijn van een kind met nóg lager leesniveau, bijvoorbeeld in een lagere groep. Zwakke lezers zijn vaak de beste tutoren, omdat zij weten hoe het is om moeite te hebben met lezen. Bovendien oefent de tutor automatisch mee met het jongere kind. Het mes snijdt dus aan twee kanten: beide kinderen krijgen extra oefening en motivatie.
Nog een variant: Laat zwakke lezers, na voorbereiding, voorlezen bij de kleuters.


8. Typevaardigheid

(Waar kind of leerling staat, kan ook volwassene worden gelezen.)
Voor iedereen met dyslexie is de computer tegenwoordig een onmisbaar hulpmiddel. Daarom is het essentieel dat het dyslectische kind leert met de computer om te gaan. Daarbij is typevaardigheid belangrijk.
Laat het dyslectische kind zo snel mogelijk, maar zeker vanaf groep 5, leren typen. Dat kan met een officiële typecursus, maar let er dan wel op, dat er rekening wordt gehouden met de dyslexie. In feite is het behalen van het typediploma niet eens zo belangrijk, het gaat vooral om het snel kunnen vinden van de toetsen en het beheersen van het tienvingersysteem. Ook is het voor het kind handig om ‘blind’ te kunnen typen, omdat het dan tijdens het typen op het beeldscherm in de gaten kan houden of het geen fouten maakt.


9. Computergebruik

(Waar kind of leerling staat, kan ook volwassene worden gelezen)
Als het kind eenmaal kan typen, dan worden een aantal zeer handige hulpmiddelen bereikbaar:
  • Opdrachten en werkstukken op de computer typen in plaats van met de hand schrijven. Dit is extra belangrijk voor kinderen met een slechte of moeizame schrijfmotoriek, maar ook voor kinderen die ‘alleen maar’ slecht spellen is het handig om de eigen fouten onzichtbaar te kunnen verbeteren en een mooi product af te leveren.
  • Het gebruik van de spellingcontrole. In tegenstelling tot wat soms gedacht wordt, worden kinderen die de spellingcontrole gebruiken geen ‘luie spellers’. Het is juist goed voor de spellingvaardigheid om je eigen fouten te zien en die te verbeteren. Ook het kiezen van het juiste alternatief onder de rechter muisknop is een goede training.

10. Andere IT-hulpmiddelen

(Waar kind of leerling staat, kan ook volwassene worden gelezen)
  • Voorleesprogramma’s: o.a. Spika, Claroread, Sprint Plus en Kurzweil. Voorleesprogramma’s kunnen niet alleen helpen bij het lezen, maar ook bij het spellen. Het programma leest tekst voor die in de computer staat (o.a. websites, e-mail of ingescande teksten), maar ook tekst die de leerling zelf typt. Het voorleesprogramma kan zó worden ingesteld, dat de getypte woorden steeds direct worden voorgelezen. Zo kan de leerling meteen horen wat hij of zij fout heeft getypt.
    Voorbeeld: Een leerling typt rammen in plaats van ramen. De spellingcontrole zal dit niet als fout markeren, omdat rammen een bestaand woord is. Maar met een voorleesprogramma valt de fout meteen op. Een voorleesprogramma kan dus een waardevolle aanvulling zijn op de spellingcontrole.
  • Spraakherkenningsprogramma: Dragon Naturally Speaking. Dit programma herkent wat de leerling zegt en zet de tekst op het scherm. De leerling hoeft dus zelf niet of nauwelijks te typen. Houd er wel rekening mee, dat er flink moet worden geoefend om hier goed mee te leren omgaan. Het programma moet leren wennen aan de stem van zijn vaste gebruiker en de gebruiker moet leren de woorden en zinnen duidelijk uit te spreken en fouten consequent op de juiste manier te verbeteren.
  • Mindmapping software: o.a. Spark-Space. Dit soort programma’s kunnen helpen een goed verhaal of werkstuk in elkaar te zetten. De prijzen en mogelijkheden van deze computer-hulpmiddelen lopen zeer uiteen. Kijk bijvoorbeeld op www.lexima.nl, www.inTaal.nl, www.opdidakt.nl.

11. Leesliniaal

Bij thuiszorgwinkels en opticiens worden leesliniaals in verschillende uitvoeringen verkocht. Ook op Internet worden deze liniaals aangeboden (zoek in Google op ‘leesliniaal’).
Deze leesliniaals zijn eigenlijk bedoeld voor slechtzienden, de liniaal vergroot de te lezen tekst. Het is de bedoeling dat de liniaal regel voor regel over de tekst wordt geschoven.
Hoewel mensen met dyslexie niets aan hun ogen mankeren, kan de leesliniaal ook voor hen een handig hulpmiddel zijn. Het maakt vergrote toetsbladen overbodig (vaak op onhandig groot A3-formaat) en bovendien helpt het om de regel niet kwijt te raken tijdens het lezen.


12. Lettertypes

Er is veel te zeggen over lettertypes in combinatie met de leesbaarheid van een tekst. Hieronder een paar voorbeelden van lettertypes:

Dit is geschreven in lettertype Verdana.
Dit is geschreven in lettertype Tahoma.
Dit is geschreven in lettertype Arial.
Dit is geschreven in lettertype Courier New.
Dit is geschreven in lettertype Bookman Old Style.
Dit is geschreven in lettertype Times New Roman.
Dit is geschreven in lettertype Comic Sans MS.

Dyslectici kunnen over het algemeen Verdana-teksten het best lezen, omdat de letters mooi open zijn en niet zo dicht op elkaar staan. Bovendien geeft dit lettertype zowel op een beeldscherm als op papier een rustig beeld, d.w.z. de letters gaan niet 'dansen' zoals soms met bijvoorbeeld Times New Roman gebeurt.
En met een regelafstand van 1,5 is de tekst nog beter te lezen.

Het is ook belangrijk om voldoende wit aan de randen van het papier te houden, regelmatig met een nieuwe alinea te beginnen en af en toe een regel over te slaan.
Wat het contrast betreft, is gebleken dat donkerblauwe letters op crèmekleurig papier het beste te lezen zijn. Tekst op glanzend papier is voor sommige dyslectici niet goed te lezen, omdat het teveel licht reflecteert. Hetzelfde geldt voor leestoetsen en dergelijke op gelamineerd of geplastificeerd papier.
Voor dit stukje is gebruik gemaakt van 10-punts letters. Met name voor jonge kinderen geldt: hoe groter hoe beter.

terug