Marijke Heijerman en Sonja Karman
De mogelijkheden voor behandeling van lees en spellingproblemen in een logopediepraktijk zijn
beperkt. Voor de auteurs was dit reden om zich aan te sluiten bij een multidisciplinair team met een
eigen behandelmethode, de Stichting Taalhulp. Zij bespreken hun ervaringen.
Vele jaren hebben wij, de auteurs van dit artikel, gewerkt als logopedist in een vrijgevestigde
logopediepraktijk. Er werden vaak kinderen met dyslexie aangemeld, die wij enthousiast behandelden.
Om onze deskundigheid te vergroten volgden we diverse nascholingscursussen en studies.
De begeleiding van dyslectische kinderen vereist namelijk veel specifieke kennis. In de
logopedieopleiding wordt vooral aandacht besteed aan mondelinge taal en training van de
fonologische basisvaardigheden, maar dat is, met name voor oudere dyslectische
kinderen, niet voldoende.
De behandeling van dyslexie binnen de setting van een vrijgevestigde logopediepraktijk
kent echter een aantal beperkingen. Een eerste beperking ligt bij de zorgverzekeraars:
de behandeling van lees- en spellingproblemen komt niet in aanmerking voor vergoeding.
Bij kinderen in groep 3 t/m 5 kun je vaak nog spreken van een taalontwikkelingsstoornis
of een stoornis in de auditieve functies. De behandeling is dan vooral gericht op verbetering van
de klank-tekenkoppeling en de auditieve basisvaardigheden. Bij oudere kinderen echter
verschuift de nadruk steeds meer naar de schriftelijke taal en dan wordt het
moeilijk om de diagnose 'lees- en schrijfstoornis' te vermijden.
Een tweede beperking is, dat dyslectische kinderen vaak langzaam lezen en schrijven, waardoor het
ons vaak niet lukte om binnen de tijdslimiet van een half uur zowel de gemaakte huiswerkopdrachten
te bespreken als nieuwe vaardigheden te oefenen.
Onze bevlogenheid over het onderwerp dyslexie is gaandeweg zodanig toegenomen, dat we er allebei voor
hebben gekozen om ons nog uitsluitend hiermee bezig te houden en de allroundpraktijk op te geven.
We hebben hier niet alleen vanwege bovengenoemde beperkingen voor gekozen, maar het was ook een
positieve keuze voor een specialisme binnen de logopedie. Omdat het ons plezierig leek om
binnen een multidisciplinair team te werken en toch onze zelfstandigheid te behouden, hebben we ons,
onafhankelijk van elkaar, aangesloten bij Stichting Taalhulp.
Diagnostiek
De diagnostiek zoals die binnen de Stichting Taalhulp wordt uitgevoerd kent een duidelijk procedure.
Het onderzoek wordt meestal uitgevoerd door een psycholoog of orthopedagoog, maar een aantal
logopedisten binnen het team onderzoekt ook zelf, na een interne onderzoeksopleiding te hebben
doorlopen. Logopedisten zijn goed in staat om te beoordelen of er sprake is van fonologische problemen,
maar het vereist specifieke kennis en ervaring om alle gegevens te interpreteren, en te beoordelen
of er sprake is van dyslexie. Als de logopedist het onderzoek uitvoert, en er blijken vragen te zijn
over bijkomende stoornissen dan kan een psycholoog of orthopedagoog worden geconsulteerd.
Voor het opstellen van een dyslexieverklaring wordt de leerling altijd naar één van hen verwezen.
In het diagnostisch onderzoek wordt een uitgebreide analyse gemaakt van de problemen met de
schriftelijke taal.
Het onderzoek omvat tenminste de volgende onderdelen:
- technisch lezen
- begrijpend lezen
- spelling
- schriftelijk formuleren
- fonologische vaardigheden (ook bij oudere kinderen)
- klank-tekenkoppeling. Hierbij is niet alleen de nauwkeurigheid, maar vooral ook de snelheid
van de letterherkenning en klankproductie van belang.
- auditieve analyse en synthese van klanken, ook in complexe opdrachten, zoals het weglaten van
een klank uit een auditief aangeboden woord en het omkeren van woorden (bijvoorbeeld: 'stoep'
- wat blijft er over als je de /t/ weglaat?; wat krijg je als je het woord 'mos' omdraait?).
- auditieve analyse en synthese van klankgroepen, belangrijk voor het schrijven en lezen
van meerlettergrepige woorden (bijvoorbeeld: tentoonstelling - ten-toon-stè-ling)
- auditieve discriminatie
- kort auditief geheugen
- schrijfmotoriek
- werkhouding
Indien nodig wordt er nog gekeken naar:
- de mondelinge taal
- kennis van grammatica/ontleden
- automatisering bij rekenen
Door middel van een leertest wordt beoordeeld of de door ons gehanteerde methode geschikt is voor
deze leerling.
We maken uiteraard ook gebruik van gegevens uit eerdere onderzoeken en kijken naar de hulp die
het kind in het verleden heeft gehad en met welk resultaat. Soms kan het nodig zijn dat er
aanvullend een psychologisch onderzoek wordt gedaan, bijvoorbeeld bij twijfel
over de intelligentie, of als er sprake is van bijkomende problemen.
F&L-methode®
Voor de behandeling van problemen met technisch lezen en spellen maken we gebruik van de
Fonologische en Leerpsychologische methode (F&L-methode®) van Stichting Taalhulp. Deze methode,
geschikt voor kinderen vanaf voorjaar groep 3 tot en met volwassenen, is in de periode 1987 t/m 1992
ontwikkeld door Thalita Boumans. Zij was in 1987 één van de drie oprichters van Stichting
Taalhulp.
Zoals eerder gezegd, wordt bij het aanvangsonderzoek gekeken of de methode geschikt is voor de
leerling. Dit is vrijwel altijd het geval, maar een enkele keer wordt afgezien van behandeling.
Contra-indicaties voor behandeling zijn:
- algehele kleurenblindheid (vanwege het kleurensysteem dat bij de methode hoort)
- een achterstand die niet ernstig genoeg is en ook op school begeleid kan worden
- ernstige twijfel over de algemene cognitieve vaardigheden
- ernstige concentratieproblemen
In de laatste twee gevallen kan niet altijd van te voren gezegd worden dat er geen goede resultaten
behaald kunnen worden. We besluiten dan vaak om een proefbehandeling te starten van ongeveer
tien lessen.
De F&L-methode® gaat uit van de klanken van de taal en maakt daarnaast gebruik
van sterke kanten van dyslectici: goede visueel-analytische en ruimtelijke vaardigheden.
Aan de hand van de verschillende categorieën klanken wordt het (schriftelijke) taalsysteem met
de bijbehorende regels duidelijk gemaakt. Hierbij worden wetmatigheden behandeld die in het
normale onderwijs niet of onvoldoende aan bod komen. Voorbeelden daarvan zijn:
het principe dat elke klankgroep één klinker bevat, de klinkerverkleuringen
onder invloed van de -l en -r of de klanken en woordstructuren waaraan woorden
van buitenlandse herkomst te herkennen zijn.
Met een beperkt aantal basisregels kan het grootste deel van de Nederlandse woorden al correct worden
geschreven.
Om de verschillen tussen de klankgroepen (lange klinkers, korte klinkers, stomme klinkers, twee- en
drietekenklinkers, mededeklinkers) zichtbaar te maken, wordt gebruik gemaakt van een kleurcode en van
'klankblokken' in verschillende kleuren. Door het manipuleren met de blokken wordt ook de tast
ingeschakeld en krijgt de werkwijze een multisensorieel karakter. Elk blok stelt een letter voor,
de klank bepaalt de kleur van het blok. Met behulp van deze klankblokken kunnen woorden worden
samengesteld. Bijvoorbeeld het woord 'werken' wordt met 6 blokjes in de corresponderende kleuren
neergelegd, waarbij de eerste /e/ een andere kleur krijgt dan de tweede, omdat de klank verschilt.
Doordat de structuur van de woorden op deze manier goed zichtbaar wordt, kan het toepassen van de
basisregels op een eenvoudige en overzichtelijke manier worden geoefend.

t a a l - r e (e) - g e l s
De training van het lezen gaat gelijk op met de spelling. Hierbij wordt gebruik gemaakt van dezelfde
kleurcode als bij de spelling. Met behulp van fluorstiften kunnen de verschillende soorten
klanken in het woord gemarkeerd worden, waardoor de klank- en lettergreepstructuur van de woorden
duidelijk zichtbaar wordt.
Het gaat dus niet alleen om het opvullen van hiaten in de taalkennis, maar om het aanbrengen van
een systeem waarin alles onderling samenhangt. Hierdoor is het niet meer nodig om de schrijfwijze
van woorden van buiten te leren. Zelfs onbekende woorden kunnen correct worden geschreven en
gelezen.
Door kinderen systematisch de klanken en regels van de taal aan te bieden, kan in relatief korte
tijd veel voor- uitgang worden geboekt. De leerlingen krijgen op deze manier meer grip op
het taalsysteem, maar ze blijven natuurlijk dyslectisch. Omdat dyslexie een
automati- seringsprobleem is, leren dyslectici nooit snel én foutloos lezen en schrijven, maar door
logisch te redeneren kunnen ze toch op een acceptabel niveau functioneren. Daarnaast kunnen ze, als
dat nodig is, natuurlijk gebruik maken van allerlei technische hulpmiddelen zoals spellingcontrole
en spraakherkennings- en voorleessoftware.
Ervaringen
Wij ervaren het werken in een multidisciplinair team als prettig en stimulerend. Het heeft een
meerwaarde, omdat er optimaal van ieders kennis en bevoegdheden kan worden geprofiteerd.
Taken kunnen worden verdeeld, zoals het bezoeken van congressen en het bijhouden van vakliteratuur.
Door middel van e-mail en van bijeenkomsten en studiedagen houden we elkaar op de hoogte van de
laatste ontwikkelingen op het gebied van dyslexie. Inmiddels heeft de stichting een eigen website, die veelvuldig wordt bezocht door mensen die iets
willen weten over dyslexie, onderzoek, onze behandelmethode of over ervaringen van oud-leerlingen
en hun ouders.
Het werken met de F&L-methode ® geeft veel voldoening. Voordat kinderen bij ons terechtkomen,
hebben ze vaak al heel wat extra hulp achter de rug, die onvoldoende resultaat heeft opgeleverd.
Ze hebben meestal een achterstand van enkele jaren ten opzichte van hun leeftijdgenoten. Door het
voortdurende falen op het gebied van lezen en spellen zijn ze enorm gefrustreerd geraakt en is er
nog maar weinig zelfvertrouwen over. Beetje bij beetje merken de kinderen dat ze toch wel
kunnen leren lezen en spellen, al is het op een andere manier dan kinderen op school.
Het gebeurt vaak, dat kinderen die een grote weerstand hebben opgebouwd tegen alles wat met lezen
en schrijven te maken heeft, na verloop van tijd uit zichzelf een boek pakken en weer met plezier
naar school gaan.
Een belangrijke voorwaarde voor succes is dat er dagelijks wordt geoefend. De ouders worden opgeleid
tot co-therapeut en voeren samen met de leerling het vrij intensieve thuisprogramma uit. Dit bestaat
onder meer uit het 'blokken' van woorden, het kleuren en lezen van teksten, en het maken van een
dictee.
Het is voor de leerlingen niet altijd gemakkelijk om gedurende lange tijd consequent te blijven
oefenen, maar doordat ze merken dat ze meer van de taal gaan begrijpen, blijft de motivatie meestal
vanzelf goed. We meten de resultaten na elke tien lessen en maken deze zichtbaar in een profiel.
 Doordat onze aanpak zo
verschilt van de gebruikelijke op school, is het enthousiasme van de leerlingen over het
algemeen groot. Ons doel is de leerling inzicht te geven in de opbouw van de schriftelijke taal,
waarbij we de visuele ondersteuning door de kleuren gebruiken.
Op school wordt bij de spelling meestal een groot beroep gedaan op de auditieve vaardigheden
(zoals het horen van het verschil tussen or en oor en het verdelen van woorden in lettergrepen),
zonder dat daarmee voldoende wordt geoefend. Ook worden veel woorden geleerd op basis van visuele
inprenting, zonder daarbij duidelijke regels te geven.
Bij de Stichting Taalhulp krijgen kinderen de kans om hun sterke punten te benutten, en zo krijgen
ze vaak weer lol in taal. Dat maakt het werken voor onszelf ook leuk.
Casus Jelle
Voorgeschiedenis
Jelle, wordt halverwege groep 7 aangemeld bij Stichting Taalhulp, hij is dan 10 jaar oud.
Jelle heeft een vertraagde spraaktaalontwikkeling doorlopen. Toen hij 2 jaar was sprak hij zijn eerste
woordjes, met drie jaar kwamen de eerste zinnetjes. Als peuter en kleuter is hij logopedisch
behandeld, maar hiervan is geen verslag meer beschikbaar. Volgens zijn ouders was de taalontwikkeling
van Jelle op niveau toen hij naar groep 2 ging.
In groep 3 signaleerde de moeder van Jelle dat hij problemen had met het aanvankelijk lezen en
schrijven. Moeder vermoedde dat Jelle dyslectisch was, omdat er dyslexie bij haar in de familie zit.
De leerkracht vond het echter nog veel te vroeg om hieraan te denken en was van mening dat het met
oefenen wel beter zou gaan.
Jelle kreeg in groep 5 en 6 remedial teaching voor het technisch lezen en voor het rekenen.
Zijn moeder las elke dag met hem en zijn vader hielp hem met de woordpakketten voor school.
De extra hulp leek wel wat resultaat te hebben, maar toch raakte Jelle steeds verder achter.
Een onderzoek bij de schoolbegeleidingsdienst zat er niet in, omdat er volgens de intern begeleider
kinderen op school zaten die veel ernstiger problemen hadden en die eerder in aanmerking kwamen
voor een onderzoek. Nu Jelle in groep 7 zit, heeft hij inmiddels een flinke achterstand met lezen
en spelling. In overleg met de leerkracht besluiten de ouders Jelle aan te melden bij
Stichting Taalhulp met de volgende vragen:
1. Is Jelle dyslectisch?
2. Wat zijn de mogelijkheden voor behandeling?
Beginsituatie
Uit het onderzoek van Stichting Taalhulp blijkt onder andere het volgende:
- Technisch lezen (losse woorden): niveau ca. halverwege groep 5. Voor het hardop lezen van
teksten haalt hij AVI-niveau 8 (niveau begin groep 6). Nonsenswoorden leest hij op het niveau van
eind groep 4.
-
Begrijpend lezen: bovengemiddeld.
- Spelling (woorden- en zinnendictee): niveau ca. halverwege groep 4.
- Een foutenanalyse van de spelling wijst uit dat Jelle veel moeite heeft met de auditieve
verwerking op woordniveau (veulen = fule, poetsen = poesten), maar ook met de spelling van
regelwoorden (regen = reegen, lagen = laggen), werkwoorden (vindt = vind), leenwoorden
(familie = famieli) en inprentwoorden (beide = bijde).
- Schriftelijk formuleren: zwak. Jelle schrijft korte en eenvoudige zinnen. Interpunctie is
nauwelijks aanwezig. De inhoud en opbouw van de verhalen zijn goed.
- Fonologische basisvaardigheden: de auditieve analyse van klanken en
klankgroepen is zwak. Ook is de klank-tekenkoppeling niet voldoende geautomatiseerd.
- Het auditief, korte termijngeheugen is gemiddeld.
- Mondelinge taal: Tijdens het onderzoek worden geen bijzonderheden in de mondelinge taal
geobserveerd. Er worden geen taaltests afgenomen omdat dit gezien de onderzoeksvraag niet relevant is.
- Ontleden: zeer zwak.
- Tempotoets rekenen: niveau ca. eind groep 5. De basisbewerkingen (optellen, aftrekken,
vermenigvuldigen en delen) zijn onvoldoende geautomatiseerd, terwijl het rekenbegrip voldoende is.
- Leertest met de F&L-methode: goed. Deze manier van werken blijkt prima geschikt voor Jelle.
Hij pikte het werken met kleuren snel op en ook het logisch benaderen van de spelling ligt hem veel
beter dan het inprenten van woorden waarop in de schoolmethode de nadruk ligt.
Diagnose en advies
Jelle vertoont in vele opzichten een typisch dyslectisch beeld: Hij heeft een achterstand met
technisch lezen (zowel tempo als nauwkeurigheid), maar bij het lezen van teksten kan hij een deel
van zijn leesprobleem compenseren met zijn goede leesbegrip. De spelling, die moeilijker te
compenseren is, is slechter dan het lezen. Dit is bij oudere leerlingen vaak het geval. Jelle kan
nauwelijks woordbeelden inprenten en vasthouden. Hierdoor vergeet hij steeds de spelling van woorden
die hij heeft geleerd.
Bij het schrijven van verhalen probeert hij zijn spellingproblemen te maskeren door korte zinnen
met eenvoudige woorden te schrijven.
De lees- en spellingproblemen van Jelle kunnen worden verklaard door fonologische problemen en een
automatiserngsprobleem. De gebrekkige automatisering speelt hem ook parten bij het rekenen.
Omdat Jelle een grote achterstand heeft en de problemen bovendien hardnekkig zijn (de al geleverde
inspanningen hebben onvoldoende resultaat gehad), kan de diagnose dyslexie worden gesteld. Jelle
krijgt een dyslexieverklaring, die hem onder andere recht geeft op extra tijd bij toetsen.
Het advies is behandeling bij Stichting Taalhulp. Daar kan zowel aan het lezen en de spelling
(met de F&L-methode) als aan het schriftelijk formuleren en het ontleden worden gewerkt.
Tevens worden er adviezen voor school gegeven.
De behandeling
Jelle krijgt éénmaal per week een uur taalhulp. Daarnaast werkt hij samen met zijn moeder elke dag
ongeveer een half uur aan het thuisprogramma.
In eerste instantie ligt het accent op de spelling, waarbij de klank-tekenkoppeling en de
auditieve analyse veel aandacht krijgen. Het spellingsysteem wordt als het ware opnieuw opgebouwd,
waarbij Jelle begint met het schrijven van klankzuivere woorden. Jelle moet alles wat hij
schrijft tegelijkertijd hardop verklanken. Daar moet hij erg aan wennen, maar hij gaat wél veel
minder auditieve fouten maken. Daarna worden de basisregels voor de spelling één voor één toegevoegd.
Door het werken met de gekleurde klankblokken krijgt hij steeds meer inzicht in de structuur van
woorden.
Het technisch lezen wordt impliciet meebehandeld. Doordat Jelle in een leesboek alle klinkers met
gekleurde fluorstiften markeert, springen de klankeigenschappen van de woorden ineens duidelijk naar
voren. Hij kan met zijn ogen als het ware van klinker naar klinker springen. Na verloop van tijd
'ziet' hij zelfs kleuren als hij ongemarkeerde tekst leest.
In een later stadium wordt er ook gewerkt aan het schriftelijk formuleren, het ontleden, de
werkwoordspelling en de leenwoordspelling. Steeds wordt gezocht naar manieren om de logica achter de
taal voor Jelle duidelijk te maken.<
Resultaat
De resultaten met technisch lezen en spelling worden elke tien lessen gemeten door middel van
een niet-methodegebonden herhalingstoets.
In de eerste periode gaat de spelling spectaculair vooruit. Dit komt vooral door het sterk
afgenomen aantal auditieve fouten. In de tweede periode gaat vooral het technisch lezen erg vooruit,
terwijl de spelling stil lijkt te staan. Daarna gaan zowel het spellen als het lezen verder vooruit.
Na ongeveer anderhalf jaar behandeling (47 lessen), aan het eind van groep 8, is het technisch lezen op het niveau van halverwege groep 7.
De spelling is op het niveau van begin groep 8. >BR>
Voor schriftelijk formuleren en ontleden kan, bij gebrek aan genormeerde toetsen, het resultaat niet
precies gemeten worden, maar ook hiermee heeft Jelle veel vooruitgang geboekt.
Jelle heeft de CITO basistoets van groep 8 goed gemaakt en gaat naar de havo.
Conclusie en discussie
De behandeling van Jelle met de F&L-methode® heeft een goed resultaat gekend. Hij heeft veel
vooruitgang geboekt en daardoor heeft hij een goede kans om de havo zonder al teveel problemen te
doorlopen.
Betekent deze goede vooruitgang nu dat Jelle, achteraf bezien, eigenlijk toch niet dyslectisch is?
Immers, het criterium van de hardnekkigheid (SDN, 2003) lijkt op Jelle niet meer van toepassing.
Toch moet in dit geval dat criterium niet te letterlijk worden genomen. Eerdere inspanningen thuis
en op school hebben geen grote vooruitgang kunnen bewerkstelligen. Dat duidt op een hardnekkig
automatiseringsprobleem. Ook uit het onderzoek kwam dit duidelijk naar voren. Zo'n
automatiseringsprobleem kan ook door behandeling bij Stichting Taalhulp niet worden verholpen.
Sterker nog, met de F&L-methode® kan bij dyslectici zulke goede resultaten worden behaald juist
doordat het automatiseringsprobleem niet wordt aangepakt.
Het uitgangspunt van deze werkwijze is dat dyslectici een ernstig automatiseringsprobleem
hebben dat niet te verhelpen is. Door het accent meer te leggen op het logisch nadenken over taal
dan op het automatiseren van woordbeelden, wordt de automatisering als het ware omzeild en kan toch
een goed of aanvaardbaar niveau worden bereikt.

Omdat Jelle dyslectisch blijft, kan hij op de havo toch weer problemen krijgen met het leren van
de vreemde talen. Ook kan het lezen en het spellen van het Nederlands weer slechter gaan op
momenten dat Jelle er met zijn gedachten niet helemaal bij is. Het resultaat van de lees- en
spellingbehandeling bestaat hierin, dat Jelle nu op een redelijk niveau kan lezen en spellen,
zolang hij nadenkt bij wat hij doet.
Vergoedingen
Eerder is genoemd dat de behandeling van dyslexie nog steeds niet wordt vergoed door de
zorgverzekeraars. In januari 2003 heeft het CVZ (College voor Zorgverzekeringen) geadviseerd om
diagnostiek en behandeling van dyslexie door een beperkt aantal instituten, waaronder Stichting
Taalhulp, te vergoeden. In een later stadium zou worden bekeken in hoeverre de regeling zou kunnen
worden uitgebreid. De staatssecretaris heeft dit advies niet overgenomen, wegens gebrek aan
financiële middelen. Inmiddels is er wel een nieuw traject uitgezet om te komen tot vergoeding,
maar dit zal waarschijnlijk nog enkele jaren in beslag nemen. Tot die tijd zullen de meeste
ouders de kosten van de behandeling zelf moeten betalen.
Samenvatting
De F&L-methode® is een behandelmethode voor dyslexie. De methode heeft als kern het
geven van inzicht in de opbouw van de schriftelijke taal, waardoor er veel minder een beroep hoeft te
worden gedaan op visuele inprenting. Een casusbeschrijving licht de werkwijze van de Stichting
Taalhulp toe.
Summary
The F&L-methode® is a treatment program for dyslexia. It focuses on the
structure of written language. This implies that it is less necessary to rely
on visual imprinting. A description of a case illustrates the method used by 'Stichting Taalhulp'.
Keywords
dyslexia, F&L-methode®
Auteurs
Marijke Heijerman-Fisscher is logopedist en heeft haar praktijk in Almere.
Sonja Karman is logopedist/orthopedagoog en heeft een praktijk in Hilversum. Daarnaast geeft zij
post-HBO cursussen voor logopedisten aan de Hogeschool van Utrecht en cursussen aan teams van
basisscholen.
Correspondentie
Stichting Taalhulp, telefoonnummer secretariaat: 035 628 38 02
E-mailadressen van de auteurs: heijerman.fisscher@planet.nl,
skarman@wanadoo.nl
Website
http://www.stichtingtaalhulp.nl
Literatuur
- Boumans, T.S.Y., S. Karman (1993): Psycholinguïstische methode voor lees- en
spellingproblemen. Logopedie en Foniatrie 4, 1993.
- College voor zorgverzekeringen (2003): Rapport 'Dyslexie, naar een vergoedingsregeling' door
R. Reij op basis van het onderzoek door dr. L. Blomert. CVZ, afdeling FO/G&S,
tel. (020) 34 75 414.
|