STICHTING TAALHULP - Taal in blokjes (artikel)
TAAL IN BLOKJESUit: Van Horen Zeggen, jaargang 37, nr. 2, juni 1997. door T.S.Y. Boumans, Stichting Taalhulp (www.stichtingtaalhulp.nl) Project Lezen/Spellen op de Professor van Gilseschool: de Fonologische en Leerpsychologische (F&L) methode® voor lees- en schrijfproblemen. 1. Samenvatting Op de Professor van Gilseschool, school voor slechthorende kinderen en kinderen met (ernstige) spraak- en taalproblemen, wordt sinds begin 1995 gewerkt aan een aanpassing van de F&L methode. Het groeiend aantal kinderen met hardnekkige lees- en spellingproblemen dat werd aangemeld voor individuele begeleiding, vormde de directe aanleiding tot het zoeken naar een alternatief voor de reguliere lees- en spellingmethodes. 2. Inleiding De presentatie 'Taal in blokjes' tijdens de VeBoss-conferentie van dit jaar was het resultaat van een gezamenlijke inspanning van Thalita Boumans van Stichting Taalhulp en de Werkgroep Lezen en Spellen van de Professor van Gilseschool, school voor kinderen met (ernstige) spraak- en taalmoeilijkheden en slechthorende kinderen, in Haarlem. Waarom kiest de Professor van Gilseschool voor het aanpassen van de F & L methode, terwijl er kant-en-klare methodes te verkrijgen zijn? Het antwoord op deze vraag ligt voor de hand: de gangbare taalmethodes -en de remediërende aanpak die daarop gebaseerd is- hebben een aantal bezwaren, waardoor ze minder geschikt zijn voor leerlingen met (ernstige) lees- en schrijfproblemen. Er wordt over het algemeen te weinig aandacht besteed aan de versterking van het fonologisch bewustzijn. Dit is een ernstige tekortkoming, aangezien onderzoek (zie voor een overzicht o.a. van den Bosch en van Bon, 1994) en praktijk hebben uitgewezen dat kinderen met lees- en schrijfproblemen juist op fonologisch niveau vaak uitvallen. Door het verminderde fonologisch bewustzijn is het voor deze kinderen moeilijk om klanken en letters op de juiste wijze te associëren en te gebruiken. Een tweede bezwaar is dat de stappen in de aanvangsfase van het leren lezen en spellen bij gangbare taalmethodes vaak te groot zijn voor kinderen met (ernstige) spraak- en taalmoeilijkheden. De F&L methode is een fonologische methode waarin technisch lezen en spellen (schrijven) in geïntegreerd systeem aangeboden wordt. De methode kan aanvullend gebruikt worden naast de op school gebruikte taalmethodes. De F&L methode heeft de volgende kenmerken.
Onder begeleiding van Thalita Boumans heeft de werkgroep Lezen en Spellen zich de afgelopen twee jaar beziggehouden met:
De positieve ervaringen met de F&L methode op de Professor van Gilseschool hebben ertoe geleid dat Thalita Boumans een experimentele schoolversie van de F&L methode voor Basis- en Speciaal-Onderwijs ontwikkelt. Inmiddels is het eerste gedeelte 'Aanvankelijk Lezen en Spellen' bijna gereed. 3. DE F&L METHODE® De F&L methode is ontstaan vanuit het goed observeren van dyslectici (wat voor soort fouten maken ze, welke denkprocessen kunnen aan deze fouten ten grondslag liggen) en vanuit het bestuderen van de eigenschappen van onze taal. 1. Kenmerken van Dyslexie Dyslexie kan gedefinieerd worden als een probleem met de fonologische structuur van een taal en de taalstructuur in het algemeen. Kinderen en volwassenen met forse lees- en schrijfproblemen hebben een (zeer) gebrekkig fonologisch bewustzijn. Wat vooral opvalt is de gebrekkige informatieverwerking van klanken en de automatiseringsproblemen in het proces van decoderen (lezen) en coderen (schrijven/spelling). Het begrip 'schrijven' wordt hier gebruikt voor de schriftelijke formuleervaardigheid in het algemeen: spelling (woorden), zinsbouw, interpunctie (punten en komma's) en verhaalinhoud. Het begrip 'spelling' is een te beperkte definitie voor de moeilijkheden en de problemen die ontstaan als dyslectici zich op papier willen uitdrukken. Naast opvallende problemen met de spelling zijn er ook vaak problemen betreffende zinsbouw, (vaak erg eenvoudige en/of slechtlopende zinnen) , interpunctie (vaak niet of nauwelijks aanwezig) en verhaalopbouw (te eenvoudig, te weinig verhaal). Helaas worden deze aspecten bij onderzoek vaak overgeslagen omdat er veel met (woord)dictees getest wordt. Ook het handschrift wordt nadelig beïnvloed door spellingproblemen. 2. Klanktalen en Beeldtalen Dyslectici hebben problemen met de klankstructuur van de taal en de wetmatigheden die daaruit voortvloeien. De structuur van de te leren taal bepaalt wat er geleerd moet worden. Bij de behandeling van dyslexie is het dan ook heel belangrijk om de eigenschappen van de te leren taal te bestuderen. Daarbij is het zinvol om het verschil tussen beeldtalen en klanktalen nader uit te werken. Talen kunnen ingedeeld worden in beeldtalen en klanktalen, elk met hun specifieke kwaliteiten. Beeldtalen berusten op visuele inprenting. Er is geen relatie tussen de klank en de schrijfwijze van het woord. Afbeeldingen van jachttaferelen in grotten van onze voorouders en Oud-Egyptische wandschilderingen in piramides zijn voorbeelden van beeldtalen. De eerste beeldtalen waren vrij realiteitsgetrouw. Boodschappen werden weergegeven door voorwerpen en gebeurtenissen af te beelden. In de loop van de tijd werden de afbeeldingen in de beeldtalen meer een soort pictogrammen, waarbij een plaatje een symbool is voor een woord. Voorbeelden hiervan zijn hiërogliefen en het Chinese schrift. Moderne voorbeelden van beeldtalen zijn verkeersborden en gebruiksaanwijzingen zonder tekst, zoals bijvoorbeeld bij wasvoorschriften. Elke alfabetische taal heeft eigen klankafspraken met het alfabet. De Nederlandse klank-teken koppeling is -vergeleken met buitenlandse talen zoals het Engels en het Frans- erg eenduidig. In de Nederlandse taal wordt het alfabet gebruikt om 43 klanken weer te geven. Van de 5 klinkers uit het alfabet zijn 23 klinkers gemaakt en drie klinker-medeklinkercombinaties. Dit zijn korte klinkers (a, e, i, o, u), lange klinkers (aa, ee, oo, uu), twee-teken klinkers (ei/ij, ou/au, ie, eu, oe, ui), drie -teken klinkers (aai, ooi, oei), stomme klinkers (e, i/ -ig), ij /-lijk)) en de klinker-medeklinkercombinaties 'eeuw', 'ieuw' en 'uw'. De medeklinkers vallen grotendeels samen met het alfabet met uitzondering van de sch, ch/g, ng, nk, -d/-t en -b/-p. De medeklinkers c, q en x worden alleen in buitenlandse woorden (leenwoorden) toegepast. Een klanktaal is geen beeldtaal en dus niet geschikt voor visuele inprenting. Vanuit dit standpunt is de didactiek van woorden overschrijven, woorden uit het hoofd leren, woorden flitsen, woordrijtjes lezen en dergelijke weinig zinvol. Het verklaart tevens waarom dyslectici die op deze wijze behandeld worden vaak het stempel 'didactisch resistent' krijgen. De resultaten met deze wijze van behandeling zijn vaak teleurstellend, juist bij dyslectici. Daarnaast kleven er nog meer bezwaren aan gebruikte behandelingsmethoden (Boumans 1996). 3. Klankbeeldtaal Mensen met ernstige lees- en schrijfproblemen hebben veel moeite met de klankstructuur van een taal. Omdat het Nederlands een klanktaal is moeten zij de Nederlandse klankstructuur en de gevolgen daarvan voor de regelgeving leren beheersen. De F&L methode beoogt de Nederlandse klanktaal meer toegankelijk te maken voor dyslectici. 4. Spelling/het Schrijven Spelling is coderen van klank naar teken(s). De F&L methode is een woordstructuurmethode waarbij de klinkers als ankerpunten binnen de woorden een essentiële plaats innemen. De eigenschappen van de klinkers bepalen de basisregels van de spelling. Voor de didactiek is het belangrijk om de naam van de spellingregel te laten aansluiten op de groep klinkers waar de regel betrekking op heeft. De lange klankenregel (lkr) heeft dus betrekking op lange klanken, de korte klankenregel (kkr) heeft betrekking op korte klanken, de stomme klankenregel heeft betrekking op stomme klanken enzovoort. Termen als 'letterdief', 'open lettergreep regel', 'jantje snoeper', 'dubbelzetter' en 'gesloten lettergreep regel' zijn verhullend en verwarrend: zij wekken geen enkele associatie op met de klanken waarop de regels betrekking hebben.
Als voorbeeld van een klankregel noem ik de ch/g regel: Alle regels hebben een maximaal generalisatievermogen doordat zij zowel op bestaande als niet bestaande woorden kunnen worden toegepast. Met de bovenstaande ch/g regel kunnen bijvoorbeeld de volgende pseudowoorden op juiste spelling beoordeeld worden: 'staggen', 'buchloos', 'meechel', 'kieguur', 'chaastegelogeug' en 'kachegoguipieg'. Leerlingen die met dit systeem werken leren om de spelling van woorden, op het moment dat het woord aangeboden wordt, te (re)construeren vanuit de klankstructuur van de taal. Dit maakt hen onafhankelijk van eerder aangeboden woorden. Het klank- en klankregelsysteem van de F&L methode werkt op bestaande en niet bestaande woorden ('pseudowoorden'). In de F&L methode wordt dan ook met een zeer grote diversiteit aan echte en pseudowoorden gewerkt die ingedeeld zijn op klinker-medeklinker structuren en op de benodigde regels. De schrijfwijze van een woord wordt daardoor losgekoppeld van de betekenis en van eerder aangeboden woorden. Woorden worden in het algemeen slechts een- of tweemaal aangeboden zodat bepaalde woordstructuren met telkens nieuwe woorden geoefend kunnen worden. Het leren van een specifiek woordpakket behoort uitdrukkelijk niet tot de doelstellingen van de F&L methode. Bij schrijftaken zijn werkvormen belangrijk die het schrijven (spellen) in een aantal leer- en denkstappen onderverdelen, zoals het classificeren van woorden in een bepaalde spellingcategorie (een inzichtgevende taak waarbij gelijk wordt gelezen), het luisteren naar woorden en zinnen (auditief dictee) en het spontaan of vrij schrijven waarbij de leerling zelf woorden bedenkt en opschrijft in samenhangende zinnen (de uiteindelijke doelstelling van het onderwijs). 5. Lezen Lezen (en zeker aanvankelijk lezen) is decoderen van teken(s) naar klank. Het aantal klinkers bepaalt het aantal klankgroepen (lettergrepen). De herkenning van de klinkers en het aantal klankgroepen geeft een belangrijke ondersteuning bij het technisch lezen. De structuur van korte en lange woorden is in wezen hetzelfde: een lang woord zoals 'gemeenteverordening'... bestaat uit een aaneenschakeling van eenvoudige klinker-medeklinkerstructuren: ge-meen-te-ver-or-de-ning. Deze zijn van het type mkm 'roos' en 'vis', mk/ km 'nee', 'op' en 'de' (stomme klinker). Voor het ontsleutelen van meerlettergrepige woorden is het van groot belang dat de klinker waargenomen wordt als ankerpunt van de lettergreep en dat de segmentatie van de lettergrepen tussen de klinkers correct uitgevoerd wordt. Het waarnemen van het aantal klinkers in woorden geeft tevens informatie over de woordlengte zodat er beter geanticipeerd kan worden hoe een woord gelezen moet worden. Voor het woord 'hazenpad' zal dan bijvoorbeeld minder snel 'hazen' of een ander woord gelezen worden. Het werken met klinkers als ankerpunten remt het radend lezen af en maakt het technisch lezen efficiënter. 6. Woordopbouw Bij de woordopbouw wordt de fonologische spelling losgekoppeld van grammaticale spelling, leenwoordspelling en visuele inprenting (fig. 2). 6.1 fonologische spelling 6.2 grammaticale spelling 6.3 leenwoordspelling 6.4 visuele inprenting 7. Leerfases Voor de didactiek van deze methode is het heel belangrijk om de verschillende woordlagen van het woord systematisch in verschillende fases aan te bieden (zie fig 3 ). ![]()
De leerfases worden opgesplitst in op elkaar aansluitende en in moeilijkheidsgraad toenemende leerstappen, waarbij elke nieuwe vaardigheid eerst afzonderlijk geoefend wordt en daarna gekoppeld wordt aan de reeds geleerde vaardigheden. Het gaat dus om een hiërarchisch-cumulatief model, waarbij elke voorgaande fase telkens weer meegenomen wordt in een nieuwe leerfase. 8. Leerpsychologische uitgangspunten: leerprocessen De F&L methode combineert een procesgerichte aanpak met een inzichtgevende leerstijl. Een persoon kan beschouwd worden als een informatieverwerkend systeem. Als er sprake is van een uitval in het lezen en/of schrijven dan kan gesteld worden dat er te weinig taalkennis aanwezig is, of dat er onvoldoende structurering is van de aanwezige of aangeboden taalkennis. Dit heeft een gebrekkige informatieverwerking tot gevolg met een gebrekkige output (lezen en schrijven). De informatieverwerking kan verbeteren door het aanbieden van vaste denkstappen in een logisch taalsysteem. De taalleerder wordt opgeleid tot 'taaldenker'. Hij leert om taal te begrijpen en te beredeneren als een logisch systeem van klanken en regels. De zorgvuldige opbouw in leerstappen geeft steun bij het leerproces en vermindert de kans op falen. Bij de F&L methode wordt veel aandacht besteed aan de leerprocessen van discrimineren (wat is er aan de hand, waar gaat het over?), transformeren (wat moet ik er aan doen, bij probleem x hoort oplossing y), generaliseren of wendbaar maken (van gewone woorden naar pseudowoorden, van dictee naar opstel, van school naar thuis), automatiseren (het zoveel mogelijk tegelijkertijd kunnen toepassen van de verschillende vaardigheden die bij het lees- en schrijfproces betrokken zijn, het minimaliseren van interferentieproblemen, het opvoeren van het tempo) en controleren (hoe kan ik controleren of ik het goed gedaan heb en het controleren zelf). 4. INVOERING VAN DE F&L® METHODE BINNEN DE PROFESSOR VAN GILSESCHOOL 1. Beleid en organisatie De F&L methode is begin 1995 als proef in een aanvangsgroep van de spraak-taalafdeling ingevoerd. In het schooljaar 1995-1996 werd dit uitgebreid met drie groepen: nog een aanvangsgroep, een meervraag- groep en een eindgroep. Naar aanleiding van de positieve ervaringen (resultaten van de leerlingen, mening van leerkrachten, remedial teacher, logopedist, directie en ouders) is besloten om de F&L methode per augustus 1996 in alle groepen van de Professor van Gilseschool in te voeren, inclusief de groepen slechthorenden. Om deze implementatie mogelijk te maken werd extra tijd ter beschikking gesteld aan de remedial teacher en aan een logopedist. De remedial teacher heeft zich helemaal op de F&L methode gespecialiseerd (vrijstelling van andere taken). Zij heeft in het schooljaar 1996-1997 tot taak om de invoering van de F&L methode in de groepen te begeleiden (naast individuele begeleiding). Dit betekent in de praktijk betekent dat elke groep een instructieles van een half uur per week krijgt. Ook is er een wekelijks spreekuur voor leerkrachten ingesteld, dat verzorgd wordt door de linguïste en de remedial teacher. De F&L methode wordt aanvullend gebruikt naast de taalmethodes Calso/Loteb, Stap voor Stap en TaalActief. Het is gebleken dat voor een succesvolle invoering van de F&L methode een goede samenwerking en onderlinge afstemming van groepsleerkrachten, remedial teacher en logopedisten van groot belang is. De logopedisten gebruiken in toenemende mate delen van de F&L methode voor het oefenen van de basisvaardigheden van lezen en schrijven/spellen. Hierdoor ondersteunen zij de begeleiding in de klas en de (eventuele) begeleiding door de remedial teacher. Leerkracht, logopedist en remedial teacher bespreken regelmatig vorderingen, knelpunten (b.v. klank-teken koppeling, bepaalde woordstructuren) en de te nemen stappen voor de begeleiding. Er worden afspraken gemaakt over oefenstof en over het aanpassen van materialen. 2. Materialen in de klas In de meeste klassen hangen de kaarten met alle klinkers en medeklinkers gegroepeerd op de kleurcode van de F&L methode boven het schoolbord. Op het tot nu toe gebruikte Calsobord zijn de klinkers vervangen door klinkerkaarten met de kleurcode van de F&L methode. Vooraan in elke klas hangt een speciaal prikbord met daarop materiaal van de F&L methode, met name de behandelde regels. 3. Materialen voor de leerling Elke leerling heeft op zijn tafel een basisset in een houten bakje bestaande uit: een ingekleurde klank-teken kaart, regelkaarten, voorbeelden bij de regelkaarten, kleurblokken en markers (fluorstiften). Het kaartenbaksysteem maakt het mogelijk om de stof per leerling aan te passen (er kunnen kaarten worden toegevoegd en weggelaten). Voor elke leerling kan een 'menu a la carte' worden samengesteld waarbij elke leerstap zichtbaar aan het bakje wordt toegevoegd. Dit is heel motiverend voor de leerlingen, omdat de vorderingen zichtbaar en tastbaar zijn. De leerlingen krijgen het overzicht van de klinkers en medeklinkers op een ingekleurde klank-tekenkaart aangeboden. Het is heel belangrijk dat de leerlingen snel zien dat het aantal klinkers en medeklinkers eindig is. Hiermee wordt afgeweken van b.v. de methodes Calso en Veilig Leren Lezen waarbij er telkens een aantal klinkers en/of medeklinkers aan de leerstof toegevoegd wordt. De regelkaarten bestaan uit een pictogram en een korte regeltekst. De tekst is eigenlijk overbodig, want het beeld spreekt voor zichzelf. Bij elke regelkaart hoort een voorbeeldkaart. Het is niet de bedoeling dat de kaarten in het bakje uit het hoofd geleerd worden. Daarom staan de voorbeelden op een aparte kaart na de regelkaarten. Het is een naslagwerk dat de leerling steeds kan raadplegen. De regelkaarten worden in een vaste volgorde aangeboden en uitgebreid naar gelang het niveau van de leerling. De aanvangsgroep heeft bijvoorbeeld alleen de ingekleurde klank-teken kaart, de blokken en de markers. De regelkaarten volgen de opbouw van de F&L methode: klankzuivere spelling, stomme klanken, klankverkleuringen, klankregels, familieregels (grammaticale regels) en leenwoord klank-teken koppeling en regels. Naast de basisset heeft elke leerling een werkmap. Hierin komen o.a. de werkstukken die ingekleurd zijn ('gemarkerd'. Daarnaast hebben de leerlingen van de hoogste groep ook huiswerkopdrachten. 4. Werkvormen 4.1 Werkvormen in de klas en bij de remedial teacher Als eerste wordt de klank-teken koppeling met de F&L kleurcode aangeboden met flitskaartjes. Oefeningen van auditieve analyse en synthese worden met behulp van een 'hak- en plakmap' gedaan. Deze vaardigheden worden ook tegelijk met het blokken van woorden geoefend. Bij het blokken worden de woorden (in opklimmende moeilijkheidsgraad) auditief aangeboden waarna de woorden hardop verklankend worden geblokt. Bij auditief dictee gaat het verklankend blokken over in verklankend schrijven. Met markers worden teksten gekleurd die vervolgens hardop worden gelezen. Voor het 'echte lezen' worden de teksten dus eerst geanalyseerd op klinker-medeklinker structuur. Het (aanvankelijk) leesproces wordt daardoor in twee stappen verdeeld: de analyse van klanken in woorden en het lezen zelf. 4.2 Werkvormen bij Logopedie
De leerling heeft veel steun aan het zien en voelen van de 'missende klank'. Dit is vooral een uitkomst voor de plofklanken (explosieven) die moeilijk in clusters te horen zijn en dus ook moeilijk na te zeggen zijn. 4.3 Huiswerk: automatiseren van de klank-teken koppeling 5. Evaluatie van het project Op dit moment worden de leerlingen tweemaal per jaar getest (1x bij aanvang van het schooljaar en 1x bij het einde van het schooljaar) met de testbatterij voor lezen, spellen en basisvaardigheden die specifiek voor dit project is ontwikkeld. Hierdoor ontstaat er een overzicht van de vorderingen in de tijd per leerling en per groep. De Professor van Gilseschool heeft dit jaar voor het eerst de F&L methode in al haar groepen ingevoerd (m.u.v. de kleutergroepen). Er zijn nog geen vergelijkende testresultaten van grote groepen leerlingen bekend omdat de tests voor het einde van het schooljaar nog afgenomen moeten worden. Daarom zijn de resultaten op dit moment vooral af te meten aan de tot nu toe gerapporteerde resultaten en ervaringen van twee groepsleerkrachten, de remedial teacher en de logopedist die het meest bij dit project betrokken was. 6. Voorlopige bevindingen De leerkracht van de aanvangsgroep meldt dat de kinderen met de F&L methode 'omhoogschieten met lezen en schrijven'. De dagelijkse oefening met de klank-teken koppeling is zeer effectief. Door het blokken van woorden durven de kinderen langere woorden te lezen en te schrijven. Het besef dat elke klankgroep een klinker heeft is voor hen een hele stap vooruit. Het markeren van klanken kan goed gecombineerd worden werkvormen van Calso, Loteb en Stap voor Stap. De leerkracht van de eindgroep constateert dat een aantal kinderen (3) in een korte periode ( augustus 1996- januari 1997) een forse sprong hebben gemaakt met het technisch lezen: van AVI 7 naar AVI 9. Eén leerling is zelfs van AVI 3 naar AVI 7 gegaan. De remedial teacher geeft aan dat de F&L methode hulp kan bieden bij zeer hardnekkige lees- en schrijfproblemen. Kinderen die zonder veel succes enige jaren 'gewone' remedial teaching van haar hadden gehad boeken met deze methode wel vooruitgang. Met behulp van deze methode is het ook gelukt om een nieuwe leerling waarbij het aanvankelijk lezen en spellen al geruime tijd stagneerde -ondanks intensieve begeleiding op zijn vorige school- binnen 13 weken tot aanvankelijk lezen en schrijven te brengen. De leerling heeft nu een redelijke kennis van de klankteken koppeling en kan nu zinnen op mkm niveau lezen zoals 'jan eet soep uit een kom'. De logopedist meldt dat er een positief effect is op de articulatie en op het inzicht in woorden. De zeer fijnmazige opbouw van woordstructuren die in moeilijkheidsgraad opklimmen is een goede basis voor het leren van de klankpositie van woorden. De auditieve benadering van de F&L methode heeft een positieve invloed op het omgaan met klinkers en medeklinkerclusters. De integratie van het werk van de logopedist met de werkvormen in de klas en (eventueel) bij de remedial teacher wordt als zeer waardevol ervaren. Alhoewel de bovenvermelde resultaten met enige voorzichtigheid geïnterpreteerd moeten worden totdat alle testgegevens verwerkt zijn, lijkt toch geconcludeerd te kunnen worden dat de behaalde resultaten en gemelde bevindingen aansluiten bij de positieve ervaringen van Stichting Taalhulp bij het begeleiden van leerlingen met (ernstige) lees- en schrijfproblemen . Er lijkt meer dan voldoende reden te zijn om deze methode verder aan te passen aan de specifieke doelgroep van de Professor van Gilseschool en om verder te gaan met het ontwikkelen van een schoolversie van de F&L methode. Met medewerking van Conny Boendermaker en Titi des Bouvrie. Literatuur
Literatuur F&L methode
|