|
|
|
door T.S.Y. Boumans InleidingIn de periode 1987 tot en met 1992 is door T.S.Y. Boumans, taalontwikkelingspsycholoog van Stichting Taalhulp,
een methode ontwikkeld voor de aanpak van lees-en schrijfproblemen, met name dyslexie. Deze methode is ontstaan vanuit de praktijk
en is gebaseerd op fonologische en leerpsychologische inzichten. De F&L methode is een cognitieve, taalkundige methode. Kenmerken van dyslexieDyslectici hebben problemen met het zien van de structuur van de taal en de wetmatigheden die daaruit voortvloeien.
Wat vooral opvalt is de gebrekkige informatieverwerking van de klanken. Zwakke fonologische vaardigheid betekent een zwakke basis
voor het lezen en is dus begin en kern van de dyslexie’ (Dumont 1991). De Nederlandse taalDe Nederlandse klank-teken koppeling is -vergeleken met buitenlandse talen zoals het Engels en het Frans- erg
eenduidig. Het alfabet heeft 26 letters, daarmee worden 43 taalklanken gecodeerd, waarvan 23 klinkers. Met name door de regelgeving
kan één teken voor meerdere klanken staan en voor verwarring zorgen. De ‘a’ in ‘tak’ is bijvoorbeeld anders dan de ‘a’ in 'taken’
en ‘sta’. Visueel is het dezelfde letter. De ‘e’ van ‘beresterk’ staat voor drie verschillende klanken. De eerste klinker is de
[ee] (van been) met de lange klankenregel, de tweede klinker is de ‘stomme e’ (van poesje) en de derde klinker is de korte klank
[e] (van hek). Het woord zou gelezen kunnen worden als ‘berreesterk, bereesterk, beeresterk (tweede e als e van ‘hek’) of
'beeresteerk’ (ee, stomme e en verkeerd toepassen van de lange klankenregel). Bij de leenwoorden worden buitenlandse klank-teken koppelingen gebruikt die afwijken van de Nederlandse. Vergelijk: gieter, genoeg, gaan 'g' is [g] (Nederlands) met chemisch, chaos ‘ch’ is [g] met chauffeur, chef, chocola ‘ch’ is [sj], met shop, shampoo, shag ‘sh’ is [sj], douche, journaal, retour ‘ou’ is [oe], citroen, cent 'c' is [s] met cola, creme ‘c’ is [k] en circus, concert met ‘c’ is [s] en ‘c’ is [k] door elkaar. Bij lees- en schrijfproblemen wordt vaak gesproken van een ‘zwak woordbeeld’. Mijns inziens is er geen goed
woordbeeld mogelijk is zonder een goed klankbeeld van het woord. Aan een juist klankbeeld kunnen alle regels en uitzonderingen
gekoppeld worden. Op deze wankele basis zullen de grammaticale regels zoals werkwoordspelling (o.a.: d, t, dt), en de regels voor de ‘slot n’ slecht beklijven. De ‘slot n’ wordt in het Nederlands meestal niet uitgesproken, is het dan ‘de leuken boeke’, ‘de leuke boeke’, ‘de leuken boeken’ of de ‘leuke boeken’? De F&L Methode®Schrijven is coderen van klank naar teken. Lezen is decoderen van teken naar klank. Voor beiden is het ontwikkelen
van het fonologisch bewustzijn dus essentieel. De schriftelijke taal is afgeleid van de mondelinge taal. In deze methode worden de spraakklanken in schrift gevisualiseerd met behulp van kleuren. De kleurcode maakt het auditieve karakter van de grafemen zichtbaar en geeft tevens controle over het denkproces van de taalleerder (een verkeerde klankcode valt direct op). Dit versterkt de klank-teken koppeling en geeft een grote impuls aan het technisch lezen of leren decoderen van klankstructuren. Wij onderscheiden vier soorten klinkers: de lange klanken (aa, ee, oo, uu,), de korte klanken (a, e, i, u, o), de twee-teken klanken (ij/ei, au/ou, ui, eu, oe, ie), de stomme klinkers (onbeklemtoonde 'u', zoals in hekje: e, i, ij) en de drie-teken klanken (aai, ooi, oei). De klinker is de drager van de klankgroep. Dit is hoorbaar en zichtbaar. Een woord heeft net zoveel klankgroepen/lettergrepen als klinkers. Bij het lezen geeft de klinker directe ondersteuning bij het ontsleutelen en anticiperen op woordlengte. De herkenning van de lange klankenregel (lopen i.p.v. loopen) is essentieel voor een beginnend lezer. Deze methode kent slechts acht basisregels die allemaal afhankelijk zijn van klinkers. Met deze regels kunnen
de meeste Nederlandse woorden juist gespeld worden. Het feit dat de regels klinkerafhankeljk zijn, zorgt ervoor dat de klanken
steeds het uitgangspunt en het beslissingscriterium zijn voor het wel/niet toepassen van een regel. De regels contrasteren met
elkaar en vullen elkaar aan. De onderlinge samenhang tussen de regels zorgt voor een logisch ‘compleet' systeem. Een systeem kan
beter onthouden worden dan losse regels. De F&L methode werkt met klinker-medeklinker structuren. Hierbij wordt de fonologische spelling losgekoppeld
van grammaticale spelling, leenwoordspelling, woordbeeld en woordbetekenis.
Nadelen van bestaande methodes voor dyslecticiHet is belangrijk om over een geïntegreerd systeem te beschikken voor technisch lezen en schrijven, omdat uitval in beide vaardigheden begint bij een moeizame koppeling tussen klanken en tekens. De gangbare didactiek scheidt vaak lees- en schrijfrnethodes en is voor dyslectici te weinig fonologisch van aard. Nadelen zijn:
Het fonologische aspect houdt ongeveer op bij de klank-teken koppeling en de klankgroepen (lettergrepen). De klinker heeft echter veel meer auditieve waarde, versterkt het re- en decoderingsproces van taalklanken en is een duidelijk 'ankerpunt' voor de acht (fonologische) basisregels. De klankgroep doet dit niet: de acht klinkerafhankelijke regels hebben allen een open klankgroep. Tot slotOmdat de schriftelijke taal is afgeleid van de mondelinge taal en dus in essentie een klanktaal is, kunnen wij niet voorbijgaan aan het fonologisch bewustzijn en aan het feit dat heel veel regels expliciet of impliciet gebaseerd zijn op klanken en klankstructuren. Bij een goede didactiek kan dit de dyslectische persoon veel houvast geven, omdat het 'woordbeeld' niet aanwezig is LiteratuurPsycholinguïstische methode voor lees- en spellingproblemen, ontwikkeling van een methode uit de praktijk. T.S.Y. Boumans en S. Karman. Logopedie en Foniatrie, nr. 4, 1993. Voor belangstellenden is een nieuwsbrief van Stichting Taalhulp beschikbaar.
|